maandag 28 juli 2014

Wie wil het paard zijn?

Wouter is niet het soort jongen dat zich snel verveelt. Daarvoor is er altijd veel te veel te beleven in het grote huis en bovendien heeft Wouter heel veel fantasie.
Maar op sommige dagen is het vinden van een speelkameraadje wel heel moeilijk.
Deze zondag bijvoorbeeld.

Oma en mama zijn met de kleine Charlotte naar het park. Dat betekent geen blokkentoren bouwen met zijn zusje, niet iets lekkers ontfutselen uit de keuken van oma en niet knutselen samen met mama. Papa zit te werken achter zijn laptop. Die mag hij niet storen.
Gelukkig is er altijd nog opa en de zolder.

Van een oud wasrek en verfschorten en oude lakens hebben ze een hut gebouwd. Twee grote paraplu's zijn het dak. Ze hebben een stal gemaakt. Voor de kleine panda, de grote panda, de ijsbeer, de muis, de schildpad, de hond, de kat, de krokodil en de papegaai.
'Ik ga even op een stoel zitten, hoor,' zegt opa Schat. 'Mijn knieën zijn te oud om in een stal te kruipen.'
Wouter hoor niet wat opa zegt, hij is druk bezig met zijn ark. Oh, had je dat even gemist? De stal is nu de ark van Noach. Op de ark zitten tenslotte ook allerlei dieren.
'Oh jee,' piept de muis, 'we zijn de lieveheersbeestjes vergeten.'
'Ze staan nog op de oever,' wijst de papegaai.
'Je moet ze snel gaan halen, Wouter!' zegt de krokodil.

Je snapt zeker wel dat de knuffeldieren niet echt praten. Dat het Wouters stem is. Maar hij weet wel precies wat de knuffels willen zeggen!
'Ga op het paard!' zegt de panda, 'dat gaat sneller.'
'Waar is het paard?' vraagt Wouter en kijkt waar opa is gebleven.
'Opa, wil jij het paard zijn?' vraagt Wouter en klimt uit de ark.
Maar opa is in zijn stoel in slaap gevallen. Wouter pakt een kwast uit de glazen pot en kietelt er mee onder opa's neus. Opa murmelt wat, maar wordt niet wakker. Er zit nu wel een beetje rode verf aan opa's neus omdat de kwast niet helemaal schoon was.
Wouter verft nog even verder en bewondert de mooie rooie clownsneus. Dan denkt hij weer aan het paard en aan de lieveheersbeestjes die staan te wachten. Misschien wil zijn vader paard zijn?

'Papa, wil jij paard zijn?'
'Nee, nu niet.'
'Waarom niet?'
'Ik ben aan het werk. Ik moet dit stuk nog afmaken en het moet vanavond nog naar de krant.'
Papa schrijft stukjes over muziek voor de krant of voor tijdschriften.
'Maar dan kun je toch nu wel even paardje zijn en daarna weer verder schrijven?' dringt Wouter aan.
'Nee, nu niet. Ik ben nu bezig.'
Wouter zucht.
Hij gaat onder de tafel liggen en telt tot tien.
'Ben je nú klaar?' vraagt Wouter.
'Nog lang niet.'
'Gaat je stukje over een paard?' vraagt Wouter.
'Nee, het gaat over muziek.'
'Ja, maar komt er een paard in voor?'
'Nee!' zegt papa ongeduldig. 'Laat me nou even nadenken, anders kan ik niet schrijven. Ik weet toch al niet wat ik moet schrijven.'
'Je kunt over een paard schrijven,' oppert Wouter.
'NEE!' papa schreeuwt nu.
Wouter is weer stil. Hij telt de noesten aan de onderkant van de tafel.
'Kèn je een liedje over een paard?'
'Geen idee,' zegt papa afwezig.
'Over een pony dan?' vraagt Wouter weer. 'Jij hebt zoveel cd-en. Staat daar geen liedje over een paard op?'
Papa schuift zijn stoel naar achteren en steekt zijn hoofd onder de tafel waar Wouter ligt.
'Bruce Springsteen zingt Pony Boy.'
'Hoe gaat dat liedje?' vraagt Wouter nieuwsgierig.
Papa zoekt de cd en zet het liedje op.

Pony boy, Pony boy
won't you be my pony boy
giddy up giddy up whooo
my pony boy

[traditional lullaby]




Nu moet papa wel paardje zijn. Wouter klimt op zijn rug en samen rijden ze paard. De lieveheersbeestjes worden snel gered. Opa vindt zijn rode neus zo mooi dat hij hem wil houden en aan oma laten zien. En 's avonds schrijft papa een mooi stuk over een liedje over een pony en ook over een veulen.



zaterdag 28 juni 2014

Wouter en opa Schat zoeken de kleur wit

Opa Schat heeft bijna altijd een goed humeur. Hij is altijd opgewekt en wordt niet snel kwaad. En al helemaal niet op Wouter, zelfs niet als Wouter om zes uur 's ochtends aan zijn bed staat. Opa heeft altijd een grapje paraat en luistert geduldig naar Wouters verhalen.
Maar zoals ik zei, opa heeft bijna altijd een goed humeur. Vandaag niet. Hij bromt wat en geeft korte antwoorden op Wouters vragen. Zo doet hij alleen wanneer het schilderen niet lukt. Dan zucht hij wat en rommelt wild in zijn doos met verftubes. Dan doet hij weer een paar passen naar achter en dan weer naar voren naar zijn schilderij.
Wouter speelt rustig met de trein en stelt opa even geen vragen. Opa let toch niet op hem als hij zo is. Zo ziet opa het ook niet als hij een snoepje uit de kast pakt en hond Titus een hondenkoekje geeft. Niks verklappen hoor!
'Zoveel mooie kleuren verf en niks past bij elkaar,' moppert opa.
'Waarom gebruik je er geen wit bij? Wit past overal bij,' probeert Wouter.
'Ik heb zoveel verschillende tinten wit, maar geen een is de goede!'
'Zoek je wit zoals de wolken?' vraagt Wouter en wijst door het raam naar buiten. 'Of wit zoals de sneeuw? Of het wit van de bloemen uit oma's tuin?'
'Nee, nee, nee,' opa blijft brommen en mopperen. Titus komt uit zijn mand en duwt tegen opa's been.
Kat Bob zet zich af en springt bovenop Wouters locomotief. Iedereen is uit zijn gewone doen.

Opa schat rommelt wat in de kasten en zoekt wat tubes verf bij elkaar.
'Ik heb een idee,' zegt hij. 'We gaan buiten op zoek naar kleuren.'
Wouter staat nieuwsgierig op. 'Buiten?'
Opa Schat pakt een eierdoos en doet in elk vakje een dot verf. In elk vakje een andere kleur.
'Zo, en nu gaan we naar buiten om de juiste kleur erbij te zoeken uit de natuur.'

Zusje Charlotte gaat mee in de wandelwagen, ze klapt in haar handen van plezier. Titus kan zijn geduld bijna niet bewaren en trekt aan de lijn. Wouter rent ver vooruit.
'Opa, opa! Ik heb geel gevonden!'
'Die boterbloem is precies dezelfde kleur geel als het vakje.'
'Opa, opa! Ik heb rood gevonden!'
'Heel goed, jongen. Doe de zuring maar in het rode vakje.'
Als laatste is het vakje met wit aan de beurt.
'Die klaver, opa, die is wit,' oppert Wouter.
'Ja, maar niet helemaal wit. Het is eigenlijk een beetje bruin.'
'Madeliefjes dan?'
'Komt in de buurt, maar door deze blaadjes zit een beetje roze.'
Een paar meeuwen vliegen over. Ze krijsen hun schelle geluid.
Flats.
Een verse klodder meeuwenpoep is op de schouder van opa terecht gekomen.
Opa balt zijn vuist naar de meeuwen. 'Durven jullie wel!'
Wouter wijst naar de klodder en moet dan heel hard lachen. 'Opa, die klodder poep is precies de goeie kleur wit!'
Charlotte wipt in haar wandelwagen heen en weer. Ze lacht en pakt haar tenen en trekt aan haar sokken. 'Waah, waah,' kraait ze.
Opa Schat kijkt naar de meeuwenpoep op zijn schouder. Dan begint hij ook te lachen.
'Wouter, je hebt helemaal gelijk. Dit is precies de goeie kleur wit. En het komt ook uit de natuur.'




maandag 23 juni 2014

Maak kennis met Wouter Schat

Dit is het verhaal van Wouter Schat.

Wouter is een kleine jongen die woont in een groot huis.
Hij woont daar samen met zijn vader Wim en zijn moeder Angela. En met zijn baby zusje en zijn halfbroer.
Zijn zusje heet Charlotte en is 1 jaar. Zij is het mooiste zusje die hij ooit heeft gezien. Zijn halfbroer heet Maikel en is 10 jaar. Maikel kan heel goed dierengeluiden nadoen. Zijn imitatie van een ezel is heel grappig, daar moet Wouter altijd vreselijk om lachen. Maar wanneer Maikel een pauw nadoet, dan schrikt Wouter altijd.
Maikel woont twee weken in het huis bij Wouter en de andere twee weken bij zijn moeder in een ander huis. Wouters vader was eerst met Maikel's moeder getrouwd. Maar nu is hij met Wouters moeder getrouwd.

Wouters vader werkt voor de krant. Hij schrijft stukjes. Die gaan meestal over muziek.
Zijn vader Wim werkt veel op de computer of op zijn laptop. Als hij niet schrijft, dan kookt hij. Dat is zijn grootste hobby.
De keuken moet hij wel delen met oma Lydia Schat. Oma kookt bijna elke dag het eten. Soms hebben oma en papa Wim ruzie. Nou ja, niet echt ruzie. Papa houdt van modern eten. Hoot kwiesien noemt hij dat. Dat is Frans heeft papa uitgelegd. Hij maakt sausjes die hij op een lepeltje legt. En hij legt vaak een bloemetje op het bord. Hij zegt dat dat eetbaar is, maar Wouter gelooft hem niet.
Oma Lydia houdt van ouderwets eten. Zij maakt liever een sappige karbonade en rode kool met appel en kaneel.

Wouters moeder Angela werkt in een bibliotheek. Zij is dol op boeken. Zij heeft er zóveel dat ze in het souterrain - dat is de kamer in de kelder - een eigen kamer heeft vol boeken. Er staat ook een hele grote zachte bank, waarop Wouter graag samen met zijn moeder een verhaaltje leest.



Er is altijd wel wat te beleven in het grote huis. Maar het allerliefst speelt Wouter op zolder. Op zolder heeft opa Nico Schat een schildersatelier. Daar werkt hij bijna elke dag. Wouter houdt van de geur van het verf en van de verhalen die opa vertelt. Hij houdt van de tekeningen die opa in de vele laden bewaart en van de pot met snoepjes die verstopt staat in de kast met de krakende deur. Hij houdt van de schilderopdrachten die zijn opa voor hem verzint en hij houdt van het speelgoed dat op zolder staat en vroeger van zijn vader is geweest. Maar bovenal houdt hij van zijn opa. Want zijn opa is een echte Schat!