zaterdag 28 juni 2014

Wouter en opa Schat zoeken de kleur wit

Opa Schat heeft bijna altijd een goed humeur. Hij is altijd opgewekt en wordt niet snel kwaad. En al helemaal niet op Wouter, zelfs niet als Wouter om zes uur 's ochtends aan zijn bed staat. Opa heeft altijd een grapje paraat en luistert geduldig naar Wouters verhalen.
Maar zoals ik zei, opa heeft bijna altijd een goed humeur. Vandaag niet. Hij bromt wat en geeft korte antwoorden op Wouters vragen. Zo doet hij alleen wanneer het schilderen niet lukt. Dan zucht hij wat en rommelt wild in zijn doos met verftubes. Dan doet hij weer een paar passen naar achter en dan weer naar voren naar zijn schilderij.
Wouter speelt rustig met de trein en stelt opa even geen vragen. Opa let toch niet op hem als hij zo is. Zo ziet opa het ook niet als hij een snoepje uit de kast pakt en hond Titus een hondenkoekje geeft. Niks verklappen hoor!
'Zoveel mooie kleuren verf en niks past bij elkaar,' moppert opa.
'Waarom gebruik je er geen wit bij? Wit past overal bij,' probeert Wouter.
'Ik heb zoveel verschillende tinten wit, maar geen een is de goede!'
'Zoek je wit zoals de wolken?' vraagt Wouter en wijst door het raam naar buiten. 'Of wit zoals de sneeuw? Of het wit van de bloemen uit oma's tuin?'
'Nee, nee, nee,' opa blijft brommen en mopperen. Titus komt uit zijn mand en duwt tegen opa's been.
Kat Bob zet zich af en springt bovenop Wouters locomotief. Iedereen is uit zijn gewone doen.

Opa schat rommelt wat in de kasten en zoekt wat tubes verf bij elkaar.
'Ik heb een idee,' zegt hij. 'We gaan buiten op zoek naar kleuren.'
Wouter staat nieuwsgierig op. 'Buiten?'
Opa Schat pakt een eierdoos en doet in elk vakje een dot verf. In elk vakje een andere kleur.
'Zo, en nu gaan we naar buiten om de juiste kleur erbij te zoeken uit de natuur.'

Zusje Charlotte gaat mee in de wandelwagen, ze klapt in haar handen van plezier. Titus kan zijn geduld bijna niet bewaren en trekt aan de lijn. Wouter rent ver vooruit.
'Opa, opa! Ik heb geel gevonden!'
'Die boterbloem is precies dezelfde kleur geel als het vakje.'
'Opa, opa! Ik heb rood gevonden!'
'Heel goed, jongen. Doe de zuring maar in het rode vakje.'
Als laatste is het vakje met wit aan de beurt.
'Die klaver, opa, die is wit,' oppert Wouter.
'Ja, maar niet helemaal wit. Het is eigenlijk een beetje bruin.'
'Madeliefjes dan?'
'Komt in de buurt, maar door deze blaadjes zit een beetje roze.'
Een paar meeuwen vliegen over. Ze krijsen hun schelle geluid.
Flats.
Een verse klodder meeuwenpoep is op de schouder van opa terecht gekomen.
Opa balt zijn vuist naar de meeuwen. 'Durven jullie wel!'
Wouter wijst naar de klodder en moet dan heel hard lachen. 'Opa, die klodder poep is precies de goeie kleur wit!'
Charlotte wipt in haar wandelwagen heen en weer. Ze lacht en pakt haar tenen en trekt aan haar sokken. 'Waah, waah,' kraait ze.
Opa Schat kijkt naar de meeuwenpoep op zijn schouder. Dan begint hij ook te lachen.
'Wouter, je hebt helemaal gelijk. Dit is precies de goeie kleur wit. En het komt ook uit de natuur.'




4 opmerkingen:

  1. Reacties
    1. Dank je. Leuk dat je hier leest.

      Verwijderen
    2. Ik hoop dat je verder schrijft!

      Verwijderen
    3. Wegens drukte en vakantie heb ik een wat lagere productie :-)
      Maar je geeft me wel zetje om het weer op te pakken, dank je wel, dat geeft me een goed gevoel.

      Verwijderen